Archief

Posts Tagged ‘dokter’

Wat als…….. patiënten klanten waren?

7 november 2016 Plaats een reactie

ziekenhuis

Deze week was ik weer eens in een ziekenhuis. Een vriend had een serieus auto-ongeluk gehad en lag nét 1 dag in het ziekenhuis. Het was geen fraai gezicht. Een jaap van een litteken onder zijn kin, ontbloot lijf met gekneusde ribben en een gebroken rechterpols in het (zeer strakke) gips. 

Nobody knows

Ik liep binnen in de eerste minuut van het bezoekuur, 16.01 uur. “Hé, Jaap. Hoe gaat het?” “Frank, jongen. Mijn vingers zijn paars, mijn ribben doen ontiegelijk zeer en hoe het met mijn pols is weet ik niet. Ik weet ook niet of ik vandaag geopereerd word, want de uitslag van de foto’s van gisterenavond zou ik vandaag voor 9.30 uur krijgen, maar die heb ik nog niet”.

Mind you…. Het is nu 16.02 uur. Jaap is nuchter, want ‘nobody knows’ of hij deze middag geopereerd moet worden of niet. Dus ook Jaap zélf begint paars te worden, maar dan van de honger.

Witte gewaden

In de hal lopen vele witte gewaden rond, dus trek ik de eerste de beste aan de mouw. “Kan iemand mij vertellen of mijn vriend vandaag nog geopereerd gaat worden of anders te eten krijgt”? “Oh, dat treft. We wilden nét onze ronde gaan lopen”.

De hele discussie zal ik jullie onthouden, maar de strekking was simpel. “Wij zijn de verpleegafdeling. De betreffende afdeling orthopedie had het druk, ziet u. Anders zouden ze wél gereageerd hebben. Noodsituaties. U begrijpt dat wel. Tóch? Dus dat wordt niets meer vandaag. U mag weer eten. Ik zal straks nog eens bellen en anders hoort u het morgenochtend weer”.

Vingers

“Maar mijn paarse vingers dan? Dat is toch niet goed?” probeert Jaap zelf nog. “Af en toe in uw vingers knijpen en als de kleur snel terugkomt, is er niets aan de hand”, zo stelt het oppergewaad gerust. “Daag”. Op 4 woorden na, een letterlijke weergave.

Wat als de patiënt een klant was, schoot er door mijn hoofd. Je ligt hier aangeslagen bij te komen van een serieus auto-ongeluk. En behalve de zeer aardige verpleegster die je wast en pijnstillers komt brengen, zie of hoor je niemand. “De andere afdeling” beslist. Snapt u? Uh, nee.

Beleid

Effen bellen naar collega’s en de klant informeren. Is dat geen beleid? Zit dat niet in de opleiding? Of is het witte gewaad zich niet bewust van de behoefte van zijn klant?

Ik kan slechts gissen. Maar ik weet zéker dat als een van de witte gewaden ooit zélf in dit bed belandt, hij of zij net zo verbaasd zal zijn als Jaap en ik tezamen.

Advertenties

KOMT EEN MAN BIJ DE DOKTER. JA, EN?

5 november 2016 Plaats een reactie

Je bent 50 geweest én man. Dan kun je last krijgen van een steeds groter wordende prostaat. Ik begon dat te merken wanneer ik met een volle blaas naast drie andere mannen in de toilet bij de urinoirs stond. Tegen de tijd dat ik mijn blaas geleegd had, was mij gezelschap al twee maal van gezicht veranderd.

Huisarts

Op naar de huisarts. Gelukkig heb ik een fijne huisarts. 100% vertrouwen. Goede kerel. Ik vertel mijn ervaringen met andere mannen in het urinoir. De legale versie. “Gaat u maar even op uw zij liggen, meneer Wijn”. “Uh, wat?” Wanneer je dan die vriendelijke man een rubberen handschoen aan ziet trekken, oogt hij plotseling minder vriendelijk. “Dokter, ik begrijp nu wat er gaat gebeuren, dat zal nodig zijn, maar ik heb nog een vraag. Zou u die grijns van uw gezicht kunnen halen?” Hij heeft namelijk ook humor…

Het was duidelijk. Mijn prostaat was groter dan normaal. En zo’n ding blijft groeien, zo begreep ik. Omdat we dezelfde humor hebben, vraag ik hem ook nog “Of dat straks problemen gaat geven met slikken”. Ook zijn dag was weer goed.

Pilletje

Om op een simpele wijze dit probleem te tackelen, schrijft mijn huisarts een pilletje voor. Een pilletje dat maakt dat de plasbuis wat wijder wordt. Het helpt. Alleen de bijwerking die slechts voorkomt bij minder dan 1% van de gebruikers, dient zich bij mij aan. Alsof een duiveluitdrijver een houten wig in je hart ramt. Ik dacht even dat ik dood ging. De pil blijkt erger dan de kwaal.

Ziekenhuis

Uiteindelijk verwijst de huisarts mij door naar het ziekenhuis, afdeling Urologie. Na de intake maken wij een vervolgafspraak. “Meldt u zich om 8.00 uur ’s morgens met een volle blaas, meneer Wijn. Dus veel water drinken. Op een speciaal toiletblok meten we dan de straaldruk en kunnen we een beginanalyse maken”.

’s Ochtends voor het douchen, tijdens het douchen, na het douchen en in de auto op weg naar het ziekenhuis giet ik het ene na het andere bidon achterover. Mijn blaas is vol! De verkeersdrempels lijken dan hoger dan normaal, remmen voor het rood verkeerslicht is een opgave en uitstappen op de parkeerplaats is een hele toer. Liever de lift dan de trap en de laatste honderd meter tot aan de balie van de wachtkamer is een marathon.

Net voor de finishlijn hoor ik een gezaag en geklop? Wanden zijn afgezet met houten planken. De dame bij de finishlijn vraagt vriendelijk naar mijn naam. “Ach. Meneer Wijn. U komt voor de plastest. U zult wel gezien hebben dat we stevig aan het verbouwen zijn. De druk WC wordt vervangen. U kunt vandaag niet terecht!”

Met mijn hoofd schuin naar achteren probeer ik al gorgelend aan te geven dat ik een volle-blaas-probleem ervaar. Gelukkig is de dame een rot in het vak en ziet in een oogopslag mijn acute probleem. “De gewone toiletten zijn dertig meter rechtdoor. Die dertig meter zijn de langste dertig meter die ik me kan heugen. Twintig minuten later (prostaatproblemen bij een volle blaas zijn het ergst) kom ik voldaan terug. De tijd die ingepland stond voor mijn testjes wil ik toch ten volle benutten. Ik vraag de dame in kwestie of zij altijd de patiëntendossiers pas open slaat als deze voor haar neus staat.

Tip

Een niet-begrijpende blik is mijn oogst. “Had u de eerste vijf patiënten van deze ochtend niet alvast om 7.30 uur kunnen afbellen?” Een logische vraag toch? Dossiers zijn immers eigenlijk mensen. Mensen met agenda’s. Mensen die graag geïnformeerd willen zijn. “Zo werken wij hier niet”, hapert ze nog voorzichtig.

Mijn tip aan haar. What about zelf nadenken en proactief de planning maken en patiënten/klanten benaderen, is dat hier verboden?

Advies

Mijn adviesbriefje aan de Voorzitter van hun Raad van Toezicht viel binnen vier dagen op de mat van het afdelingshoofd. Ik werd proactief gebeld met de mededeling dat de procedures zouden worden aangepast om dit soort simpele misverstanden in de toekomst te voorkomen. In alle rust accepteerde ze mijn ongevraagde adviezen. Ze was niet eens pissig.

Categorieën:Humor, Inspirerend Tags: , , ,

Ziekenhuisdenken

Een ziekenhuis is (nog) geen bank of garage.

Als student had ik een goedkoop karretje, een Ford Escort om precies te zijn. Mankementen te over. Op het moment dat ie uit elkaar dreigde te vallen, bracht ik ‘m naar de garage van B. de Haas. Uitlaat, buitenspiegel, accu en nog wat zaken om te repareren. ’s Morgens gebracht, ’s avonds klaar. Eén dag verder én 300 gulden lichter.

Jaren later kwam ik met mijn oudere moeder in het regionale ziekenhuis. Ze dreigde weliswaar niet uit elkaar te vallen, maar ze mankeerde ook nogal wat.

De ziekenhuiservaringen in de maanden daarna waren om moedeloos van te worden. Zeker niet qua personeel, kennis of welwillendheid, maar de manier van denken, doen en logistiek. Ik denk niet dat de zorg onnodig duur is, maar wél het zorgstelsel. Wachtlijsten zijn volgens mij verklaarbaar en grotendeels onnodig.

BEWUSTWORDING

Als ‘bewustwordingsprikkel’ stelde ik een van de ziekenhuisspecialisten voor om op een maandag naar mijn kantoor te komen, zodat ik zijn bankzaken voor hem kon regelen.

Dokter G. was die maandag netjes op tijd en stond om 10.00 uur in de bankhal. Daar liet ik ‘m een goed half uur wachten, want óók ik werk met mensen en dus het kan uitlopen. Qua tijd. Eenmaal in mijn kantoor sloeg ik voor de eerste keer zijn dossier open. “Ah, u wilt een rekening openen! Dan maak ik even een nieuwe afspraak met mijn collega. Dat wordt woensdag over 3 weken”. “Maar u wist toch dat ik vandaag zou komen?” was zijn stellige opmerking. “Ja, maar ik zie nu pas dat u een rekening wilt openen en ik open geen rekeningen”, zei ik zonder blikken of blozen.

DRIE WEKEN LATER

Drie weken later, hetzelfde ritueel…. 45 minuten laten wachten. Zodra de betaalrekening geopend was, wilde hij een bedrag storten. “Ah, geld storten? Da’s een andere afdeling. Ik maak wel even een nieuwe afspraak”. Rood werd hij. Twee weken later weer een afspraak. Ik dacht een keer op tijd te komen om hem niet nog een keer te irriteren. Het geld was (uiteraard) snel gestort. Maar het geld overmaken naar zijn zakenpartner heb ik pas 1 week later laten doen. Afdeling overboekingen is een andere afdeling, nietwaar? Van de stress moest de man bijna worden opgenomen in zijn eigen ziekenhuis.

Lang verhaal kort te maken. Natuurlijk had ik dit destijds in één keer en binnen 15 minuten efficiënt kunnen afhandelen. Nét als B. de Haas lang geleden met mijn auto. In Nederlandse ziekenhuizen blijkt dat vele malen moeilijker. Moeilijker zelfs dan bij hun Belgische of Duitse collega-ziekenhuizen, die qua logistiek wél als een garage kunnen werken. De verklaring voor de Nederlandse werkwijze kreeg ik pas recent.

PRIJSVRAAG

Afgelopen week was ik weer eens in een ziekenhuis en kaartte dit onderwerp aan met een specialist. Zijn magische oneliner zal ik NOOIT meer vergeten, want hij vatte het probleem écht briljant samen.

Meneer Wijn, ik begrijp uw irritatie maar…… wij hebben hier geen tijd om efficiënt te werken”.

 

%d bloggers liken dit: