Archief

Posts Tagged ‘abn amro’

Wat de overheid verbiedt, is gewoon business bij de banken.

24 januari 2019 1 reactie

Al vele jaren houd ik me bezig met banken, financieringen en derivaten. Daarbij lijkt alle focus nu te liggen op het Uniform Herstelkader Rentederivaten. De compensatieregeling voor een select groepje MKB’ers en een handje vol particulieren.

In het opruimen van mijn dossiers kwam ik een aardige legpuzzel tegen.

Hier die puzzelstukjes:

  1. Een brief van Minister van Financiën op 22 september 2014 aan de Tweede Kamer over “Derivatenposities van (semi-) publieke instellingen”.
  2. Een financieringsvoorstel van ABN Amro Bank, begin 2018.
  3. Het jaarverslag 2016, Autoriteit Financiële Markten, pagina 52.

Ad 1. Een onderdeel van de betreffende brief, over verbod op “embedded” derivaten.

Deze laatste alinea is een argument om “embedded” derivaten te verbieden.

Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat een lening waarvan de rente afhankelijk is van een grootheid die buiten de invloedssfeer ligt van de (semi)publieke instelling…verboden is”.

Te denken valt aan een lening waarin de opslag op een vaste basisrente afhankelijk is van de financieringskosten van de uitlenende bank. Zo zou de financier het financieringsrisico immers volledig afwentelen op de (semi)publieke instelling”.

Dat is precies wat de Minister (terecht) niet wil dat er gaat of kan  gebeuren.

Ad 2. Onderdeel van een financieringsvoorstel van ABN Amro bank, januari 2018.

Deze banktekst staat derhalve haaks op wat de Minister van Financiën beoogt met het verbod op “embedded” derivaten. Ook al betreft het leningen enerzijds en kredieten anderzijds, het gaat over hetzelfde onderwerp. Namelijk het doorbelasten áán klanten van de financieringskosten van de bank zélf.

Ad 3.  Waarom treedt de toezichthouder AFM hier dan niet tegen op?

Omdat AFM, zeer subtiel, tussen haakjes en in 3 woorden, in haar jaarverslag van 2016 aangeeft dat toezicht op zakelijke kredietproducten niet tot haar bevoegdheden behoort.

Op mijn signaal gaf een alom gerespecteerde, internationale derivatenexpert mij terug:

Met dit soort clausules, waardoor veranderingen die niets met je kredietwaardigheid te maken hebben, kunnen worden doorgevoerd heb je inderdaad helemaal niets aan een renteswap. Als ik de AFM was, zou ik heel goed naar deze clausule kijken. En als het toezicht hier niets mee kan, moeten ze goed nadenken of de wet niet moet worden veranderd”.

 

 

Herbeoordelingen rentederivatendossiers NL

31 maart 2015 1 reactie

Passage uit het AFM-rapport d.d. 31 maart 2015! Reviewers

De slager die (letterlijk) zijn eigen vlees keurt! In UK mogen de verkopers van de rentederivaten niet op enigerlei wijze betrokken zijn bij de herbeoordelingen van de rentederivatendossiers. Hier, in NL, maken we de oude verkopers zelfs VERANTWOORDELIJK voor de herbeoordelingen van deze dossiers! En toezichthouder AFM weet dit uiteraard.

ABN Amro Bank

  • Naam: Mevrouw Choy v.d. Hooft
  • Huidige functie: Head of Market Sales
  • Taak: Verantwoordelijk voor landelijk herbeoordelingsteam rentederivatendossiers.
  • Oude functie: ABN Amro, Manager Treasurydesk Midden- en Zuid-Nederland (2006 t/m 2009).

Rabobank Nederland

  • Naam: De heer Bouke Boelens
  • Huidige functie: Global Head of Mid Corporate and Rural & Retail Sales
  • Taak: Verantwoordelijk teamlid experiseteam rentederivaten.
  • Oude functie: ING Bank, verkoop derivaten aan ‘Mid Corporate Clients’ (1996 t/m 2013).

Ook bij KiFiD Geschillencommissie is er een opmerkelijke benoeming

  • Naam: De heer Prof. mr. dr. Marcel Peeters
  • Huidige functie: Lid geschillencommissie
  • Taak: Beoordelen van MKB-klachten inzake financiering-rentederivaten
  • Oude functie: Advocaat bij Nauta Dutilh (kantoor dat banken bijstaat in conflicten met bankklanten op het gebied van rentederivaten)

Waarom zouden de Britten die regel bedacht hebben?

De Nederlandse toezichthouder verwacht zeker met deze “eigen” herbeoordelingen de kwaliteit te gaan verhogen?! Not.

De Nederlandse Bank slaapt niet, maar wijzelf….

6 december 2013 3 reacties

Als ik vertel dat het niet DNB is die slaapt, maar wijzelf. Wat zeggen jullie dan?

Wij denken dus oprecht dat DNB even niet oplette bij 9 (negen!) grote dossiers in de afgelopen jaren: Icesave, DSB, ABN Amro, ING, Rabobank, Fortis, SNS Reaal, Libor en Euribor? Niet één, maar negen… negen spookrijders? Om in termen van het verkeer te blijven. DNB is de verkeersagent die blijkbaar maar niet in de gaten wil krijgen dat bepaalde automobilisten structureel doorrijden als het verkeerslicht op rood staat.

TRABANTJE

Vooropgesteld dat de automobilisten zélf verantwoordelijk zijn voor het opvolgen van verkeersregels, dan nog is het wrang dat de verkeersagent (ook structureel) pas achteraf “foei” roept en uitgebreid verslag schrijft om vervolgens de volgende auto weer plankgas door het rode licht te zien blazen. Keer op keer geen gebruik makend van spijkermatten om hen te stoppen, maar met hun Trabantje in de achtervolging op de verkeersovertreder in zijn Maserati.

Waartoe is DNB eigenlijk op aard? Onder andere “streeft zij de bewaking na van de integriteit van het financiële stelsel”. Genoeg te doen, zou je dus zeggen als je de negen dossiers inhoudelijk bekijkt. En toch lijkt het DNB keer op keer te verrassen dat de integriteit van het financiële stelsel nog voor verbetering vatbaar is. Of is het geen kwestie van verrassing?

HOLLAND FINANCIAL CENTRE

Minister Dijsselbloem gaf begin dit jaar in het programma Buitenhof te kennen dat “DNB en banken te innig” zijn en dat hij het vréémd vond dat er binnen een organisatie als Holland Financial Centre sprake is van “vermenging van rollen en verantwoordelijkheden”! Volgens Dijsselbloem was er bij DNB toen al veel verbeterd, maar leerde het debacle rond SNS Reaal dat er nóg meer te verbeteren is. Zo verleende het ministerie van financiën in 2008 financiële steun aan SNS Reaal, nadat DNB concludeerde dat de bank “in de kern gezond” was. Later slaagde SNS Reaal voor Europese stresstesten die door DNB werden goedgekeurd. En dáárna volgden nog dossiers als Libor, Euribor en Rabobank.

ONKUNDE-TOEVAL-SLAPEN

  • Onkunde?

Dat er zoveel jaren en zoveel dossiers verstrijken zonder adequate bijscholing en/of betere bemanning, dat geloof ik niet.

  • Toeval?

Als een ezel zich al géén twee keer aan dezelfde steen stoot, waarom DNB dan 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 of 9 keer?

  • Slapers dan?

Als ik de CV’s van de DNB-directie, de samenstelling van de Raad van Commissarissen en de Bankraad bekijk, dan kun je niet zeggen dat het geen wakkere types zijn.

Kortom, het is dus géén onkunde, het is géén toeval en het zijn ook géén slapers. “Vermenging van rollen en verantwoordelijkheden”, zei minister Dijsselbloem in februari 2013. Is minister Dijsselbloem een complotdenker? We zullen het snel weten bij dossiers 10,  11 en 12.

Colijn

Ik verzoek den luisteraars dan ook om wanneer ze straks hunne legersteden opzoeken, even rustig te gaan slapen als ze dat ook andere nachten doen. Er is voorshands nog geen enkele reden om werkelijk ongerust te zijn“, aldus Colijn enige tijd voordat de Duitsers NL binnenvielen.

Is het vertrouwen tussen bank en klant te herstellen?

24 oktober 2013 1 reactie

De vertrouwenskloof tussen bedrijven en hun financiële dienstverleners is groot. Hoe kunnen ze weer tot elkaar komen?

Als één eigenschap niet mag ontbreken in een gezonde economie is het vertrouwen: dat van consumenten om hun inkomen uit te geven, van bedrijven om te investeren en innoveren. Vertrouwen is het bruggehoofd waarop de relatie van financiële dienstverleners met hun klanten is gebouwd, maar het bruggehoofd vertoont momenteel zorgwekkende scheuren. ‘Banken zijn gevaarlijk, je weet nooit wat je aan ze hebt’, luidde een van de stellingen uit het onderzoek voor deze gids. Van de 944 managers die de vragenlijst invulden, is een ruime meerderheid (54%) het daarmee eens. Wat je vertrouwen noemt. (Bekijk de volledige uitslag van het onderzoek)

Het wantrouwen is groot

‘Als de bank meer winst kan maken, laat ze je vallen’, beaamt maar liefst 57% van de ondervraagde MT-lezers. Slechts 15% is het oneens met die stelling. Met de uitspraak: ‘Mijn bank staat me bij als ik haar nodig heb’, is niet meer dan 22% het eens. Maar liefst één op de vier managers zegt dat hun bedrijf door financieringsproblemen ‘ernstige continuïteitsproblemen’ ondervindt. Helemaal als een verrassing komt het wantrouwen niet. De recessie trekt een zware wissel op de relaties tussen banken en bedrijven. Vooral in het MKB wordt de pijn hard gevoeld. MKB-Nederland maakte afgelopen zomer bekend dat een op de vier MKB-bedrijven bij de afdeling bijzonder beheer is beland – ook wel de ‘intensive care’ van banken genoemd.

De zwarte piet voor banken

De inmiddels vertrokken voorzitter van MKB-Nederland, Hans Biesheuvel, schoof de banken de zwarte piet toe. Zoals in een interview in het Algemeen Dagblad: ‘Banken zijn steeds meer risicomijdend aan het worden, met alle gevaren van dien voor ondernemers. Kredietverlening moet geen groeibreker voor de economie worden.’ Duidelijk mag zijn dat de vertrouwensbreuk voor een groot deel wordt veroorzaakt door de moeilijkheden die bedrijven ondervinden bij het verkrijgen van krediet. Maar dat is niet het enige. De banken worden ook verantwoordelijk gehouden voor de recessie, en ze hebben hun gedrag niet verbeterd, integendeel. Ook na 5 jaar crisis worden ze als zeer klantonvriendelijk ervaren. Je mag niet meer spreken van een dipje in een relatie, maar van een serieuze huwelijkscrisis. Kan het huwelijk nog worden gelijmd? En hoe?

Meewarig aangekeken

‘Soms word je meewarig aangekeken als je vertelt dat je bij een bank werkt’, zegt Petra van Hoeken, chief risk officer van NIBC en voorheen werkzaam voor RBS en ABN AMRO. ‘Ik zit 27 jaar in het bankvak en heb over de hele wereld gewerkt. De laatste jaren is er een duidelijke kentering in de manier waarop men praat en denkt over banken. De sfeer is bijzonder negatief. We merken het ook bij het rekruteren: niet iedereen wil meer bij een bank werken.’

Het begint met verwijdering

Vrijwel iedere relatiecrisis begint met een verwijdering tussen de partners. Zo is het ook gegaan tussen banken en bedrijven, denkt Van Hoeken: ‘Wij zijn een behoorlijk gesloten bastion geweest. We willen transparanter worden en meer uitleg geven aan onze klanten. Zelf ben ik geen risk officer die alleen maar achter het bureau zit. Ik ga regelmatig met relatiemanagers mee naar klanten, om de risico’s echt te begrijpen en uit te leggen hoe de bank daarmee omgaat. In het verleden gingen we voornamelijk naar klanten om direct zaken te doen, nu bezoeken we klanten ook om de relatie te bestendigen.’

De wind van voren

De contacten met klanten zijn niet altijd gemoedelijk, erkent Van Hoeken: ‘Een tijdje terug was ik gevraagd om te spreken op een bijeenkomst van de scheepvaartindustrie. De sprekers voor mij waren flink kritisch over bankiers. Toen was het aan het eind van de avond mijn beurt, als laatste spreker. Ik kreeg de wind flink van voren. Toch was ik blij dat ik er was. Ik heb de gelegenheid aangegrepen om onze kant van het verhaal te vertellen, die wordt veel te weinig gehoord. Als bankiers moeten we accepteren dat we dingen verkeerd hebben gedaan en niet te gemakkelijk wijzen naar Amerika en Engeland als bron van alle problemen. Een mea culpa is op zijn plaats. Tegelijkertijd moeten we blijven uitleggen – zonder defensief te worden – wat we de laatste jaren hebben gedaan om onze dienstverlening en bedrijfsvoering te verbeteren.’

Het boetekleed

Als Fred Weenig, directeur Wholesale Clients van de Rabobank, geconfronteerd wordt met de uitkomsten van het lezersonderzoek, trekt hij onmiddellijk het boetekleed aan: ‘Dit onderzoek gaat over de sector, en daarmee ook over onze bank en over mij persoonlijk. De uitkomsten bevestigen het beeld dat naar voren komt uit onze eigen klanttevredenheids­onderzoeken. Bedrijven en de maatschappij in het algemeen zijn niet blij met banken. Aan het begin van de crisis zijn wij in een kwaad daglicht komen te staan. We zouden te gemakkelijk geld hebben verdiend, waarbij de upside voor de bankier was en de downside voor de maatschappij. Dat idee bepaalt nog steeds het sentiment.’

Overleven is topprioriteit

‘Meer dan de helft van de bedrijven noemt overleven op dit moment de topprioriteit. Dat zijn nooit momenten waarop je als bedrijf en bank elkaars beste vrienden bent’, stelt Annerie Vreugdenhil, directeur Commercial Banking van ING. ‘Maar de gevolgen van deze vertrouwensbreuk zijn ernstig. Het is pijnlijk om te moeten constateren dat het aantal kredietaanvragen enorm terugloopt. Dat heeft een economische oorzaak, maar ik heb ook het gevoel dat veel onder­nemers niet eens meer bij ons aankloppen omdat ze denken dat we toch nee zeggen. Dat is een verkeerde perceptie. Kredietverlening is de kern van ons businessmodel. Als we dat niet meer kunnen doen, wordt ons bestaansrecht ondermijnd.’

Het beste voor

De bank heeft het beste met haar klanten voor, aldus Vreugdenhil. ‘Maar een klantwens is iets anders dan het klantbelang. Een voorbeeld: een tijd geleden was een klant heel boos op ons. De man in kwestie heeft een zwaar verlieslatend bedrijf in een markt waar ik buikpijn van krijg. Hij wilde een overname doen, volgens hem zou het dan allemaal goed komen. Wij geloofden daar niet in. Zorg eerst dat je bedrijf winstgevend is, dan praten we daarna over een overname, was onze boodschap. De klant werd vreselijk boos en liep vervolgens naar allerlei belangen­behartigers. Ik snap de emotie, maar het is geen terecht verwijt.’

Een goede klant

Aan Erik Does hebben bankiers een goede klant. Does is directeur van de holding DoBriDo, vooral bekend van de biologische supermarktketen EkoPlaza. Het fundament van het bedrijf werd gelegd in 1980, toen Does’ vader Gerard een van de eerste biologische winkels van Amsterdam opende. De afgelopen jaren maakte de EkoPlazaformule een razendsnelle groei door. Met 65 filialen is het de grootste biologische winkelketen van de Benelux. Het bedrijf heeft 700 medewerkers en een omzet van ruim 100 miljoen euro.

Een droomklant

Voor de bank is het familiebedrijf (eigendom van de families Does en Van den Brink) een droomklant. ‘Een bankrelatie moet je koesteren in goede en slechte tijden’, vindt Does. ‘Ik schrijf drie keer per jaar een commercieel stuk waarin ik uitleg wat de situatie is. Ook nu het goed met ons gaat, blijf ik ze op de hoogte houden en vertellen waar we verwachten investeringen nodig te hebben, en hoe we denken dat kengetallen zich zullen ontwikkelen. Als je de bank niet verrast en frequent degelijke cijfers aandraagt, bouw je vertrouwen op. Ik merk dat mijn stuk de bank doorgaat. Ze vragen me soms zelfs om een marktvisie.’

Veel druk moeten zetten

Maar zelfs modelklant Does is niet altijd te spreken over de manier waarop hij door zijn bank wordt behandeld: ‘Het is eenrichtingsverkeer. Toen we in een slechte tijd geld nodig hadden voor een werkmaatschappij, eiste de bank meer zekerheden en hogere dekkingen. Daar had ik begrip voor, maar toen die werkmaatschappij het volgende jaar ruimschoots aan alle kengetallen en ratio’s voldeed, bracht de bank vertragingstactieken in stelling om de dekkingen zo hoog mogelijk te houden. Ik heb veel druk moeten zetten om ze weer naar beneden te krijgen. Dat vond ik een bijzonder slechte zaak, het zorgde voor een deuk in mijn vertrouwen.’ Does hekelt ook de volgens hem weinig transparante wijze waarop banken krediettoeslagen berekenen en verhogen: ‘Dat is iets van de laatste jaren. Het voedt het wantrouwen. Veel mensen gaan een buffer opbouwen. Je weet nooit welke ellende je nog kunt verwachten van je bank.’

Hoofdkantoor-wrevel

Pieter Brokx zit in een hoek van de economie waar de klappen vallen. Hij is financieel directeur en mede-eigenaar van de Oranjegroep (voorheen Oranje Flex), een detacheringsbedrijf van technisch personeel voor industrie en bouw in de Benelux. De omzet van 30 miljoen euro is ongeveer gelijk verdeeld tussen industrie en bouw, en tussen Nederland en België – waar nog wel volop wordt gebouwd. In Nederland is het bouwvolume weliswaar sterk terug gelopen, maar er wordt volgens Brokx meer gebruik gemaakt van flexwerkers, wat goed nieuws is voor de Oranjegroep. In een gemiddelde week zijn er zo’n 600 uitzendkrachten voor het Rotterdamse bedrijf aan de slag.

Verslechterde betaalgedrag

De Oranjegroep ondervindt wel degelijk hinder van de crisis in de bouw, maar dat komt vooral door het verslechterde betaalgedrag van opdrachtgevers. En hoewel banken klanten in de bouw- en vastgoedsector bijzonder kritisch volgen, was het voor de Oranjegroep geen probleem om eind 2012 de lopende kredietfaciliteit te verhogen. Brokx schrijft dat toe aan de goede persoonlijke en zakelijke relatie die hij in de loop der jaren heeft opgebouwd met zijn huisbankier. Tegelijkertijd merkt hij dat belangrijke beslissingen niet meer door het lokale bankfiliaal worden genomen: ‘De lokale bankier staat aan onze kant, maar voor ieder extra tientje krediet dat we aanvragen moeten we naar de kredietcommissie op het hoofdkantoor. Die stellen steeds meer vragen en komen met steeds hogere eisen. Een meneer in Amsterdam moet een oordeel vellen over wat wij in Rotterdam doen. Die meneer heeft nog nooit in ons bedrijf rond gelopen, hij kent alleen de cijfers.’

Niet op lokaal niveau

Wat Brokx betreft is er geen vertrouwenscrisis tussen bankiers en ondernemers op lokaal niveau. Het zijn de hoofdkantoren die bij hem wrevel opwekken: ‘Topbankiers zijn geen echte ondernemers. Ze lopen zelf nul risico. De ratio’s die ze opleggen aan bedrijven zijn veel scherper dan de ratio’s waar ze zelf aan moeten voldoen. Laat ze eens in de spiegel kijken. Als de banken volharden in hun starre houding, voorspel ik dat steeds meer ondernemers op andere manieren financiering gaan zoeken. Er is genoeg geld in de markt.’

Zeker niet alleen slechte ervaringen

Ook de ING is welwillend, benadrukt Annerie Vreugdenhil: ‘We trekken echt niet meteen de stekker eruit als de klant de rente en aflossing even niet kan betalen. Het is nooit in ons belang een faillissement te moeten aanvragen voor een bedrijf.’ Om te bewijzen dat de bank niet zo vaak nee verkoopt als gedacht, heeft ING een LinkedIn-groep in het leven geroepen waarop ze geanonimiseerde klantcases deelt met het publiek, met daarbij de vraag ‘financieren of niet?’ Mensen krijgen een paar dagen de gelegenheid om te reageren, daarna onthult de bank wat in werkelijkheid de beslissing was. Vreugdenhil: ‘Het is opvallend dat de bezoekers van onze LinkedIn-groep veel kritischer zijn dan wij. Vaak zou het gros van de mensen een kredietaanvraag niet honoreren, waar wij dat wel hebben gedaan. We hebben de test ook laten doen door Kamerleden die bij ons op bezoek waren. Ook zij waren kritischer in hun oordeel dan wij.’

Triple whammy

Petra van Hoeken omschrijft de situatie van de banken als een ‘triple whammy’: problemen die van drie kanten tegelijk opdringen. ‘Ten eerste zitten we als sector in het strafbankje. We hebben allerlei extra kapitaaleisen gekregen. In het verleden hadden we alleen te maken met lokale regel­geving, nu zijn daar Europese en internationale accountingregels bijgekomen. Ten tweede hebben we te maken met klanten die opereren in een economie die het slechter doet. Ten derde is er een enorme concentratie van het risico. Doordat er nog maar zo weinig banken zijn, kan het zijn dat een bepaalde sector is overgeconcentreerd bij een bank. Op een gegeven moment zit je “vol” en kun je in die sector geen nieuwe kredieten verlenen. Wij leggen intern goed uit aan onze relatiemanagers wat onze ‘appetite’ is in een bepaalde sector. Je moet geen verwachtingen scheppen die je niet kunt waarmaken.’

Weerklank bij bankiers

De klachten over het gebrek aan transparantie vinden weerklank bij de bankiers, al is het een onderwerp waar ze mee worstelen. Waarom bijvoorbeeld niet meer helderheid verschaffen over het risicoprofiel van klanten? ‘Het liefst heb ik een model met vijf knoppen,’ antwoordt Vreugdenhil. ‘Maar daarmee doe je geen recht aan alle factoren die meespelen bij kredietverlening. Als je het zo simpel maakt, forceer je alle bedrijven in dezelfde mal. Daar is niemand gelukkig mee. We proberen de risicoprofielen wel meer te structureren, maar er blijven toch een stuk of dertig vragen over die we echt moeten stellen. Onze relatiemanagers spelen daarin een actieve rol. Zij spreken klanten over hun risicoprofiel en leggen uit wat ze kunnen doen om de risico’s te beperken.’

Client centricity

De Rabobank traint onder de noemer ‘client centricity’ medewerkers om ‘transparant te zijn over processen en verwachtingen.’ Weenig: ‘Onze medewerkers moeten het zelfver­trouwen en de kennis en kunde hebben om in een gesprek met een klant meteen toezeggingen te kunnen doen over tijdslijnen of over hoeveel een klant er nog bij kan lenen. Klanten willen weten waar ze aan toe zijn.’ Maar client centricity, een LinkedIn-groep en vaker bij de klant op de koffie: is het genoeg om de vertrouwenscrisis te bezweren? De bankiers lijken daar zelf aan te twijfelen. De kern van het probleem, aldus Van Hoeken, is minder kredietwaardigheid van bedrijven en hogere kapitaaleisen voor de banken. ‘Dat moeten we blijven uitleggen. Maar we moeten oppassen dat we niet te defensief klinken.’

De economie zal niet snel aantrekken

‘Vroeger ging de bank misschien wel te gemakkelijk mee in plannen van bedrijven’, denkt Weenig. ‘Nu zijn we veel kritischer. Dat is wennen voor onszelf en voor klanten. Verder moeten we blijven luisteren naar onze klanten en de maatschappij.’ Vreugdenhil hoopt op economisch herstel: ‘Als de economie weer gaat groeien zal de angel uit deze discussie worden getrokken. Maar daar kunnen we niet op wachten, daarvoor zijn de problemen te serieus. Het is bovendien een kip-en-ei-probleem. Als banken en ondernemers elkaar niet vinden, zal de economie niet snel aantrekken.’

 

Bron: Management Team, september en oktober 2013

Renteswap: De simpele uitleg!

27 augustus 2013 Plaats een reactie

“Wij van WC eend adviseren WC eend”. Een reclameslogan uit de 80’er jaren. Kort, eerlijk en duidelijk.

Op 13 juli jl. verscheen er een uitgebreid artikel over bancaire adviseurs die hun lucratieve WC eend verkochten en nog steeds verkopen… de renteswaps. Alleen dan minder eerlijk en minder duidelijk.

Dat gaat als volgt. Als verkoper noem jezelf klantenadviseur, je adviseert de klant  ongevraagd een renteswap, biedt hen tegelijkertijd géén (vastrentend)alternatief en verkóópt deze renteswap als dé verzekering tegen ongewilde debetrentestijgingen! Net zo solide als een vaste debetrente! Vervolgens prijs je het product absoluut wazig (lees: duur) en als de klant in 2007, 2008 en 2009 het te dure product van je gekocht heeft, jaag je daarna zélf de klantrente op de financiering omhoog middels risico- en liquiditeitsopslagen. En daarmee wordt het doel van de klant (verzekeren tegen stijgende rente op de financiering) geheel teniet gedaan. Door de verkoper van ‘de verzekering’ zélf, nota bene.

Wat uit bovengenoemd Volkskrant-artikel blijkt, is dat een renteswap door vrijwel niemand exact begrepen wordt. In tegenstelling tot de daar gepresenteerde uitleg is het is namelijk NIET de variabele debetrente die geruild wordt tegen een vaste rente, maar SLECHTS de Euriborrente die geruild wordt. En zoals ik eerder beschreef, bestaat de variabele debetrente voor de bankklant naast het Euribortarief uit nog twee rentecomponenten, de risico-opslag én de wazige liquiditeitstoeslag (ING en Rabobank) of markttoeslag (ABN Amro). Daarmee heeft de bancaire verkoper twee ‘knoppen’ tot zijn beschikking om de klantrente op de financiering, zonder onderbouwing, alsnog te verhogen. Daar gaat je “vaste rente”.

OPLEIDING

Uit cursus- en trainingsmateriaal uit 2007 en 2008 blijkt dat sommige banken hun accountmanagers hebben aangeleerd dat een renteswap de klant eenzélfde (rente)zekerheid op de financiering biedt als een traditionele vaste rente. Dat is pertinent onjuist. Met als gevolg dat deze afgestudeerde, bancaire accountmanagers deze renteswaps structureel met onjuiste argumentatie verkocht hebben aan (renteswap)leken. En als bancaire verkopers het product al niet geheel begrijpen, hoe kunnen zij hun klanten dan juist voorlichten? Niet dus!

HERSTELLEN

Vanaf 2009 zijn banken zich daar vaak bewust van geworden en zijn zij hun fouten gaan corrigeren door klanten hernieuwde documentatiesetjes toe te sturen ter ondertekening. Uiteraard met schattige teksten als ‘dat moeten wij van de AFM’ en ‘dit is gewoon iets administratiefs’ of bij wijzigingen in de onderliggende financieringsstukken. Maar in ieder geval nooit met open vizier en transparant. Want transparantie kost deze banken geld. Veel geld. Britse en Duitse banken voelen de nattigheid aankomen en reserveren al miljarden om klanten te (gaan) compenseren.

NEGATIEVE MARKTWAARDE

Renteswaps gesloten tot oktober 2008 gingen uit van stijgingen van het Euribortarief, maar dit tarief kelderde van ± 5,0% in oktober 2008 naar ± 0,2% nu. De ‘renteverzekeringspolis’ heeft nu daarom een negatieve marktwaarde. Dat is op zich  verklaarbaar. Maar banken vergelijken dat maar ál te graag met de boeterente welke een klant ook had moeten betalen als zij een vaste rente (gesloten in het verleden) nu hadden willen ‘openbreken’. Maar ook die vergelijkingsvlieger gaat niet op.

De boeterenteberekening bij vervroegd aflossen van een vaste rente is bij sommige banken een héle andere berekening dan het tussentijds afwikkeling van een renteswap. Deze laatste berekening is voor de klant financieel vaak veel nadeliger. En…. een marktwaardeberekening die de klant zélf overigens nooit te zien krijgt! Dát en het feit dat er überhaupt een forse negatieve marktwaarde zou kunnen ontstaan, zijn banken nogal eens  ‘vergeten uit te leggen’ aan hun zakelijke klanten. Leve de zorgplicht!

Kortom, de WC eend blijkt vaak niet de oplossing te zijn voor het vieze toilet. Sterker nog…. in de échte praktijk blijkt dat er meer lucht zit aan de verkoopwijze en wazige prijsverhogingen dan aan de WC zelf.

WC eend

Derivaten treffen ook het kleinere bedrijfsleven

13 juli 2013 3 reacties

Banken hebben ook aan ondernemers grootschalig rentederivaten verkocht, met schadelijke financiële gevolgen. Daarbij hebben banken zich niet aan de regels gehouden, zeggen advocaten en ook rechters. Een nieuwe financiële affaire dreigt.

Door: Eric Smit en Jan-Hein Strop

Folkert Weistra kende zijn ABN Amro-bankier in Leeuwarden al jaren. Als mede-eigenaar van accountantskantoor Weistra &Van der Meer deed hij al meer dan vijftien jaar zaken met de bank waar een “afspraak een afspraak was”. Als hij de directeur van de bank toevallig in het centrum van de stad tegenkwam, groetten ze elkaar en als het even kon, maakten ze een praatje. “Vertrouwen”, daarop was zijn relatie met ABN Amro gestoeld. Weistra’s kijk op het bankiersvak zou echter ingrijpend veranderen toen hij te maken kreeg met een voor hem exotisch bancair product: de renteswap.

Weistra & Van der Meer draaide goed en toen de huur van het kantoor in 2005 afliep, was voor Weistra het moment aangebroken in een eigen pand te investeren. Hij liet zijn oog laten vallen op een stuk grond in het plaatselijke businesspark en was met zijn gewaardeerde bankdirecteur aan tafel gaan zitten voor een lening van een kleine negen ton. Omdat Weistra een ondernemer is die niet graag voor verrassingen wordt gesteld, moest de lening daarom tegen een vaste rente zijn en voor een langere periode. Die kon ABN Amro wel leveren. Weistra: “Een schriftelijke bevestiging was niet eens nodig.”

De bank kwam met een hypotheekaanbieding voor een periode van vijftien jaar. Er was alleen één detail waar Weistra nog akkoord mee diende te gaan: hij moest ook een renteswap afnemen. Ook al had Weistra een solide financiële achtergrond, kennis van zulke financiële derivaten had hij niet. Weistra kreeg te maken met “een specialist van treasury” uit Zwolle, die hem uitlegde dat hij met een swap de variabele rente op zijn lening “ruilt” tegen een vaste rente met de bank (zie kader voor nadere uitleg). Het idee dat een swap ook risico’s met zich meebracht, werd hem niet duidelijk – wat de Friese accountant vooral aansprak, waren de vaste rentelasten. “Dat was het enige dat me interesseerde, wij speculeren niet.” Weistra tekende voor akkoord, waarna de bouw van het nieuwe pand kon beginnen.

Alles verliep jarenlang naar wens, totdat in 2010 Deutsche Bank – die Weistra als klant van ABN Amro had overgenomen – plotseling de opslag op de lening verhoogde van 0,8 naar 2,25 procent. Zijn rentelasten stegen daarmee met 10 duizend euro per jaar. De Fries kon zijn ogen niet geloven. Hoe bestond het dat een bank waarmee hij duidelijke afspraken had gemaakt over een vaste rente, zomaar die rente verhoogde.

De accountant kreeg te horen dat de dekking voor de lening onvoldoende was. Hij protesteerde fel. Niet alleen zouden die swap hem juist beschermen tegen renteverhogingen, de afzonderlijke holdings van drie directeuren van het kantoor stonden ook nog eens met z’n allen garant. Weistra: “Het was het best gedekte pand op het Westelijk halfrond en omstreken.” Hij ontbood de bankiers op zijn kantoor, maar ze hielden voet bij stuk: de eenzijdig opgelegde verhoging kon niet ongedaan worden gemaakt. Toen brak er iets bij de Fries. Woedend zette hij ‘de koekenbakkers’ van Deutsche Bank buiten de deur en beëindigde onmiddellijk de lening en bijbehorende renteswap.

Daarmee escaleerde het probleem. Want Deutsche Bank pikte de opzegging niet en claimde vervolgens ruim 126.000 euro van het kantoor. Weistra snapte niet wat hem overkwam. Wat bleek het geval? De swap die hem had moeten beschermen tegen rentestijgingen, bleek een prijzige component te bevatten, zodra de marktrente zou dalen. En dat was sinds 2009 gebeurd. De variabele rente was onder het niveau van de vaste rente (“swaprente”) gezakt, waardoor de swap een “negatieve waarde” voor Weistra kreeg. Gevolg was dat de bank graag nog even het verschil tussen de variabele en de vaste rente wilde ontvangen, berekend over de resterende looptijd van de renteswap. Weistra was daarvan niet de hoogte en belandde met Deutsche Bank voor de rechter.

De zaak van accountant Weistra staat niet op zichzelf. Niet alleen woningbouwcorporaties als Vestia, (semi-) overheden en grote ondernemingen hebben zich verslikt in rentederivaten – vele duizenden kleine en middelgrote ondernemingen (zie kader voor cijfers) zitten opgescheept met deze risicovolle producten. Wat voor ondernemers leek op een bescherming tegen hogere lasten, is vaak een blok aan het been met schadelijke financiële gevolgen. Want van de onderliggende lening kun je op dit moment wel afkomen, van de renteswap niet – tenzij je een (grote) afkoopsom betaalt.

Een renteswap bleek vooral geen garantie tegen een hogere rente. Alle grote banken hebben na 2008 eenzijdig de opslag op debetrentes sterk verhoogd. Oud-bankier Frank Wijn, die ondernemers financieel adviseert, verbaast zich hogelijk over deze praktijk. “Banken geven nauwelijks onderbouwing voor deze verhoging van de liquiditeits- of markttoeslag. Je krijgt een standaardbrief en dat is het.”

Ondernemers klagen dat banken hun nauwelijks hebben voorgelicht over de risico’s van de swaps. “Over de gevolgen van een negatieve waarde is mij niets verteld”, zegt ondernemer Koen die uit angst voor represailles van zijn bank anoniem wil blijven. “Het is op een vrijdagmiddag na een telefoontje in orde gemaakt, een week later kreeg ik de documentatie. Toen bleek dat ik er al aan vast zat. Als de risico’s me eerder waren uitgelegd, had ik nooit een swap genomen.” Banken ontkennen dat er slecht is voorgelicht. “Het is beleid van ING dat klanten – alvorens een derivatentransactie wordt aangegaan – worden geïnformeerd over de werking van de renteswap”, laat ING weten. ABN Amro, eensluidend: “De risico’s worden wel duidelijk uitgelegd.”

De problemen die rentederivaten opleveren, zijn ernstig, vindt Robin Litjens, assistent-professor Financial Accounting aan Nyenrode Business Universiteit. “Kopers van een bedrijf willen die swaps vaak niet overnemen, omdat ze zelf goedkoper kunnen financieren. Mkb-bedrijven kampen daardoor met opvolgingsproblemen. Onderschat niet hoeveel economische schade dit veroorzaakt.” Ter illustratie: een steekproef van Litjens onder ziekenhuizen september vorig jaar liet zien dat swaps van die instellingen een negatieve waarde hadden van 500 miljoen euro. “Nu de rente verder is gedaald is dat inmiddels het dubbele”, stelt hij. “De ellende voor het bedrijfsleven is een veelvoud daarvan.”

De manier hoe banken de renteswaps aan de man brachten en de opslag opdreven, is dan ook aanleiding tot een groeiend aantal juridische procedures, zo blijkt uit een rondgang langs advocaten. “Het probleem is wijdverbreid”, zegt de Amsterdamse advocaat Hendrik-Jan Bos, die naar eigen zeggen zo’n veertig ondernemers bijstaat. Ook Rik Harmsen heeft een groeiende aantal cliënten met swaps. “Vanaf midden vorig decennium zien je weinig financieringsvoorstellen voor het MKB zonder rentederivaten.” Advocaat Chantal van den Borne zegt zich zelfs te beraden op een collectieve procedure tegen de banken.

De gang naar de rechter is verre van kansloos, oordeelt hoogleraar financieel recht Danny Busch (Nijmegen), die zich specialiseert op dit terrein. “Het is redelijk dat je de swap ook zou moeten kunnen opzeggen als je de lening aflost. Nu loopt je als ondernemer in de fuik van de swap. De bank denkt: de klant zal de renteopslagverhoging wel slikken.” Hoewel het juridisch geen uitgemaakte zaak is, denkt Busch dat banken zich niet achter hun standaardclausules kunnen verschuilen. De rechtbank Dordrecht vindt dat ook en oordeelde vorig jaar al dat Rabobank bij de verkoop van swaps fatsoenlijk advies had moeten geven. Banken kunnen zich dus niet zo maar verstoppen achter de kleine lettertjes.

Prachtige handel

Midden jaren negentig van de vorige eeuw was ABN Amro de eerste Nederlandse bank die de innovatieve renteswaps ook aan het mkb ging verkopen. Tien jaar later kwam de verkoop in een stroomversnelling. Derivatenspecialist Jeroen Willems van ICC Consultants begrijpt wel waarom. “We zien regelmatig absurd hoge marges op rentederivaten. Probleem is dat de ondernemer niet weet wat de inkoopprijs van een swap voor de bank is, de marge zit versleuteld in het product. Zelfs voor semiprofessionele partijen is het lastig te doorgronden. Gevolg is dat naarmate de professionaliteit van de ondernemer afneemt, de marge voor de bank toeneemt.”

Een oud Rabobank-bankier die niet met naam genoemd wil worden, heeft de verkooppraktijk van dichtbij meegemaakt. Hij vertelt dat er bij Rabobank vanaf 2005 fors is geïnvesteerd in de zogeheten onderdeel Financiële Logistiek, waarlangs de meer geavanceerde producten met hoge provisies hun weg naar zakelijke klanten vonden. “Op de verkoop van swaps werd en wordt zwaar ingezet en dat is niet voor niets. De provisies, die bij het sluiten van een deal up front worden uitgekeerd zijn enorm, het is prachtige handel voor de bank.”

De oud-bankier zegt dat ook de kleine kantoren goed verdienen door swaps aan kleinere bedrijven te verkopen. “Vanaf een krediet van 1 miljoen euro werd het interessant. De provisies kwamen ook lokaal terecht en dat werd gevierd. De verkoper werd op een stoel gezet en er was gebak als er een mooie swap was verkocht. Mensen die de swaps goed verkochten ontvingen daar natuurlijk ook weer bonussen voor. Hier wrong de bank zich in bochten, want binnen de cao waren de bonussen gemaximeerd. Maar daarmee werd gewoon de hand gelicht.” Rabobank ontkent dat er apart bonussen zijn gegeven voor de verkoop van renteswaps.

In Groot-Britannië hebben dezelfde, door provisie gedreven verkooppraktijken plaats gevonden, maar is de affaire vorig jaar al opgelaaid. Actiegroep Bully-Banks met duizenden aangeslotenen heeft becijferd dat het de ondernemers gemiddeld bijna een half miljoen euro kost om van een swap af te komen. Financieel toezichthouder FSA heeft hard ingegrepen, en de banken gedwongen om volledige openheid van zaken te geven. In afwachting van de resultaten hebben de grootste Britse banken gedwongen meer dan twee miljard pond opzij te zetten om gedupeerden te compenseren. De FSA schat dat er sinds 2001 zo’n 40.000 rentederivaten in het mkb zijn weggezet.

September vorig jaar werd bekend dat de Autoriteit Financiële Markten (AFM) onderzoek doet naar de Nederlandse situatie, maar doet er nog geen uitspraken over. Zo gauw dat onderzoek naar buiten komt is meer juridisch vuurwerk te verwachten. Hoogleraar Danny Busch denkt dat er meer procedures zullen volgen, na de eerste bemoedigende resultaten. Ook ziet hij kansen voor een massaclaim tegen de banken, omdat de contracten zo op elkaar lijken.

Dat die claims een goede kans maken, blijkt uit de zaak die Deutsche Bank tegen Weistra aanspande. De bank kan grotendeels naar het geclaimde bedrag fluiten, zo heeft de rechtbank te Leeuwarden in maart besloten. Deutsche heeft haar zogeheten zorgplicht geschonden door het eenzijdig verhogen van de opslag. Bovendien bepaalde de rechter dat het onredelijk is dat Weistra wel de lening vervroegd mag aflossen zonder boete, maar dat hij niet afkan van de aan de lening gekoppelde renteswap, zonder ruim een ton af te tikken. Hoogleraar Busch ziet in de uitspraak een overwinning voor de klant. “Dit gaat voor banken juridisch niet de goede kant op.”

Zo lijkt de Nederlandse financiële wereld in navolging van de Britse zich op te maken voor een nieuwe affaire in de financiële sector.       

Reacties van de banken

De commentaren van ABN Amro, ING, Deutsche Bank en Rabobank zijn eensluidend. De banken stellen dat de renteswap een “normaal product” is met “normale marges”. Klanten zijn volgens de banken goed voorgelicht, ze benadrukken het “belang van de klant”. Op ING na erkennen ze het bestaan van ontevreden klanten en van juridische procedures (ING geeft daarop geen commentaar), maar niet meer dan bij andere financiële producten het geval is. Ze ontkennen dat renteswaps op grootschalige wijze aan de man zijn gebracht en dat er specifieke bonussen voor werden uitgekeerd.

Wat is een renteswap?

Een renteswap is een rentederivaat waarbij de klant zijn variabele rente op zijn lening “ruilt” tegen een vaste rente met de bank. De bank “betaalt” de variabele rente aan de klant, die op zijn beurt de vaste rente aan de bank betaalt. Zo beschermt de onderneming zich tegen een stijging van de variabele rente. Want als die stijgt tot boven het niveau van de afgesproken vaste rente (“swaprente”) komt dat voor rekening en risico van de bank. De swap is voor de klant dus alleen gunstig zolang de variabele rente hoger ligt dan de vaste swaprente. Als de variabele rente lager is dan de swaprente, betaalt de leningnemer immers meer dan hij zou hebben betaald zonder swap. Door de financiële crisis is de variabele rente gedaald tot ver onder het niveau van de vaste swaprente van swaps die voor de crisis zijn verkocht. Die hebben een “negatieve waarde” voor de klant. Bij vervroegde aflossing van de lening komt de klant niet zonder (hoge) afkoopkosten af van het product. De bank rekent namelijk het verschil tussen de variabele en vaste rente voor de resterende duur van de renteswap door aan de klant.

Hoeveel swaps zijn er verkocht?

Hoeveel mkb-bedrijven een renteswap hebben, is moeilijk exact vast te stellen. Dat komt omdat renteswaps zogeheten over-the-counter derivaten zijn, wat wil zeggen dat de transactie direct tot stand komt tussen twee partijen, zonder tussenkomst van een beurs of toezichthouder. Er is dan ook geen centraal register waarin de transacties worden bijgehouden. De enigen die het echt weten zijn de grote banken zelf, maar die willen daar geen inzicht in geven. De financiële toezichthouders AFM en DNB zeggen beiden ook niet te weten hoeveel ondernemers een swap hebben. Zelfs een grove schatting willen de toezichthouders niet maken.

Dat de swaps een flinke opmars hebben gemaakt, is zeker. Banken zijn al zo’n tien jaar geleden begonnen de renteswaps agressief aan de man te brengen. Swap-kenner Jeroen Willems van ICC Consultants schat dat van alle financieringen van 1 miljoen euro of meer, drie kwart vergezeld gaat van een rentederivaat. In Groot-Brittannië hebben de complexe producten al tot een omvangrijke publieke affaire geleid. De toezichthouder FSA schat dat er zo’n 40.000 zijn verkocht op 4,8 miljoen ondernemingen. Als we dat getal loslaten op het Nederlands bedrijfsleven (1,2 miljoen ondernemingen) hebben ongeveer 10.000 ondernemers een renteswap.

Bron: Volkskrant, 13 juli 2013

Banken en oliemaatschappijen dicteren de prijzen.

28 mei 2013 1 reactie

Bij onvoldoende concurrentie betaalt de klant (geheel) automatisch de rekening.

Afgelopen meivakantie zocht ik de zon maar eens op en tufte met de auto naar het zuiden. De dag voor vertrek even de tank volgooien, klaar voor vertrek. Ik klokte een brandstof literprijs van € 1,79. Onderweg sluit ik als echte Nederlander aan in de file bij het benzinestation in Luxemburg, want dat scheelt. Literprijs € 1,31. Via de Autoroute du Soleil dwarrel ik naar beneden en tank op deze Franse tolweg voor € 1,68.

Bij het hotelletje (ook in Frankrijk, weg van de tolweg) na het ontbijt ook maar even getankt voor € 1,54. Dat scheelt toch maar mooi € 0,14 per liter benzine. In Spanje scheen inmiddels de zon, ook qua brandstofprijs… € 1,38!

Het prijsverschil per land is duidelijk en is er altijd al geweest. Mij viel het meest op dat de literprijs in Frankrijk een serieus verschil liet zien. Rij je tussen de verplichte vangrails van de tolweg, en heb je slechts keuze uit de benzinestations van de grote vier merken, dan is de prijs (te) hoog en is het onderling prijsverschil maar € 0,02. Heb je echter de vrijheid om te tanken buiten deze verplichte paden, dan keldert de prijs van hetzelfde merk met 9%.

In dezelfde periode maken ING Bank en ABN Amro Bank weer kwartaal- en jaarcijfers bekend. Gerrit Zalm over de resultaten 2012 van het bankbedrijf “….Zowel op jaarbasis als op kwartaalbasis lieten de netto rentebaten en de netto provisiebaten een stijging te zien”.

En waar ING Bank in eerdere kwartaalverslagen nog schreef  “interest results were robust, and interest margin widened”, schrijft zij dit keer over het eerste kwartaal van 2013 “Bank earnings rebounded from the fourth quarter, supported by improvement in the interest margin….

Tijdens een rondetafelgesprek in maart 2013 in Den Haag “Kredietmarkt in Nederland” vroegen Tweede Kamerleden en marktpartijen zich af waarom de rentemarges voor de bank toch zo ruim waren (geworden). De vraag werd door de bankiers vakkundig ontweken en een antwoord bleven zij schuldig.

Hét antwoord is niet moeilijk. Bij gebrek aan bankconcurrentie in Nederland zijn particulieren en MKB Nederland verplicht om “financieringen te tanken” bij een van de vier grote merken.

Bij Rabobank staat in de Algemene Voorwaarden bedrijfsfinancieringen: “de bank mag altijd de rente, de provisies, de (behandelings)kosten, de berekeningsmethode, de afrekenperiode, de valuteringsregels, de dagen, waarop de rente aflossing en/of andere betalingen moet(en) worden voldaan (vervaldagen) wijzigen”. De andere banken hanteren soortgelijke teksten.

Banken gaan dus blijkbaar nog verder dan oliemaatschappijen. Sluit je ogen en stel je voor. Je staat te tanken op de Autoroute du Soleil. Je weet dat je teveel betaalt, want weg van de snelweg is de prijs aanzienlijk lager. En tijdens (!) jouw tankbeurt verandert de prijs van € 1,68 per liter in…… € 1,68 per hálve liter. Da’s schrikken, hè?

Steeds meer MKB ondernemers en particulieren hebben deze ervaring achter de rug. Waar de MKB-marges zwaar onder druk staan, drukken de banken hun hogere marges er gewoon door heen. Ondanks het advies van de AFM om dat niet te doen. De automatische incasso zorgt er natuurlijk voor dat deze rekening  c.q. hogere debetrente ook netjes en op tijd voldaan wordt.

Is dat wat banken onder “betaalgemak” verstaan?

%d bloggers liken dit: