Wat als…….. patiënten klanten waren?

7 november 2016 Plaats een reactie

ziekenhuis

Deze week was ik weer eens in een ziekenhuis. Een vriend had een serieus auto-ongeluk gehad en lag nét 1 dag in het ziekenhuis. Het was geen fraai gezicht. Een jaap van een litteken onder zijn kin, ontbloot lijf met gekneusde ribben en een gebroken rechterpols in het (zeer strakke) gips. 

Nobody knows

Ik liep binnen in de eerste minuut van het bezoekuur, 16.01 uur. “Hé, Jaap. Hoe gaat het?” “Frank, jongen. Mijn vingers zijn paars, mijn ribben doen ontiegelijk zeer en hoe het met mijn pols is weet ik niet. Ik weet ook niet of ik vandaag geopereerd word, want de uitslag van de foto’s van gisterenavond zou ik vandaag voor 9.30 uur krijgen, maar die heb ik nog niet”.

Mind you…. Het is nu 16.02 uur. Jaap is nuchter, want ‘nobody knows’ of hij deze middag geopereerd moet worden of niet. Dus ook Jaap zélf begint paars te worden, maar dan van de honger.

Witte gewaden

In de hal lopen vele witte gewaden rond, dus trek ik de eerste de beste aan de mouw. “Kan iemand mij vertellen of mijn vriend vandaag nog geopereerd gaat worden of anders te eten krijgt”? “Oh, dat treft. We wilden nét onze ronde gaan lopen”.

De hele discussie zal ik jullie onthouden, maar de strekking was simpel. “Wij zijn de verpleegafdeling. De betreffende afdeling orthopedie had het druk, ziet u. Anders zouden ze wél gereageerd hebben. Noodsituaties. U begrijpt dat wel. Tóch? Dus dat wordt niets meer vandaag. U mag weer eten. Ik zal straks nog eens bellen en anders hoort u het morgenochtend weer”.

Vingers

“Maar mijn paarse vingers dan? Dat is toch niet goed?” probeert Jaap zelf nog. “Af en toe in uw vingers knijpen en als de kleur snel terugkomt, is er niets aan de hand”, zo stelt het oppergewaad gerust. “Daag”. Op 4 woorden na, een letterlijke weergave.

Wat als de patiënt een klant was, schoot er door mijn hoofd. Je ligt hier aangeslagen bij te komen van een serieus auto-ongeluk. En behalve de zeer aardige verpleegster die je wast en pijnstillers komt brengen, zie of hoor je niemand. “De andere afdeling” beslist. Snapt u? Uh, nee.

Beleid

Effen bellen naar collega’s en de klant informeren. Is dat geen beleid? Zit dat niet in de opleiding? Of is het witte gewaad zich niet bewust van de behoefte van zijn klant?

Ik kan slechts gissen. Maar ik weet zéker dat als een van de witte gewaden ooit zélf in dit bed belandt, hij of zij net zo verbaasd zal zijn als Jaap en ik tezamen.

KOMT EEN MAN BIJ DE DOKTER. JA, EN?

5 november 2016 Plaats een reactie

Je bent 50 geweest én man. Dan kun je last krijgen van een steeds groter wordende prostaat. Ik begon dat te merken wanneer ik met een volle blaas naast drie andere mannen in de toilet bij de urinoirs stond. Tegen de tijd dat ik mijn blaas geleegd had, was mij gezelschap al twee maal van gezicht veranderd.

Huisarts

Op naar de huisarts. Gelukkig heb ik een fijne huisarts. 100% vertrouwen. Goede kerel. Ik vertel mijn ervaringen met andere mannen in het urinoir. De legale versie. “Gaat u maar even op uw zij liggen, meneer Wijn”. “Uh, wat?” Wanneer je dan die vriendelijke man een rubberen handschoen aan ziet trekken, oogt hij plotseling minder vriendelijk. “Dokter, ik begrijp nu wat er gaat gebeuren, dat zal nodig zijn, maar ik heb nog een vraag. Zou u die grijns van uw gezicht kunnen halen?” Hij heeft namelijk ook humor…

Het was duidelijk. Mijn prostaat was groter dan normaal. En zo’n ding blijft groeien, zo begreep ik. Omdat we dezelfde humor hebben, vraag ik hem ook nog “Of dat straks problemen gaat geven met slikken”. Ook zijn dag was weer goed.

Pilletje

Om op een simpele wijze dit probleem te tackelen, schrijft mijn huisarts een pilletje voor. Een pilletje dat maakt dat de plasbuis wat wijder wordt. Het helpt. Alleen de bijwerking die slechts voorkomt bij minder dan 1% van de gebruikers, dient zich bij mij aan. Alsof een duiveluitdrijver een houten wig in je hart ramt. Ik dacht even dat ik dood ging. De pil blijkt erger dan de kwaal.

Ziekenhuis

Uiteindelijk verwijst de huisarts mij door naar het ziekenhuis, afdeling Urologie. Na de intake maken wij een vervolgafspraak. “Meldt u zich om 8.00 uur ’s morgens met een volle blaas, meneer Wijn. Dus veel water drinken. Op een speciaal toiletblok meten we dan de straaldruk en kunnen we een beginanalyse maken”.

’s Ochtends voor het douchen, tijdens het douchen, na het douchen en in de auto op weg naar het ziekenhuis giet ik het ene na het andere bidon achterover. Mijn blaas is vol! De verkeersdrempels lijken dan hoger dan normaal, remmen voor het rood verkeerslicht is een opgave en uitstappen op de parkeerplaats is een hele toer. Liever de lift dan de trap en de laatste honderd meter tot aan de balie van de wachtkamer is een marathon.

Net voor de finishlijn hoor ik een gezaag en geklop? Wanden zijn afgezet met houten planken. De dame bij de finishlijn vraagt vriendelijk naar mijn naam. “Ach. Meneer Wijn. U komt voor de plastest. U zult wel gezien hebben dat we stevig aan het verbouwen zijn. De druk WC wordt vervangen. U kunt vandaag niet terecht!”

Met mijn hoofd schuin naar achteren probeer ik al gorgelend aan te geven dat ik een volle-blaas-probleem ervaar. Gelukkig is de dame een rot in het vak en ziet in een oogopslag mijn acute probleem. “De gewone toiletten zijn dertig meter rechtdoor. Die dertig meter zijn de langste dertig meter die ik me kan heugen. Twintig minuten later (prostaatproblemen bij een volle blaas zijn het ergst) kom ik voldaan terug. De tijd die ingepland stond voor mijn testjes wil ik toch ten volle benutten. Ik vraag de dame in kwestie of zij altijd de patiëntendossiers pas open slaat als deze voor haar neus staat.

Tip

Een niet-begrijpende blik is mijn oogst. “Had u de eerste vijf patiënten van deze ochtend niet alvast om 7.30 uur kunnen afbellen?” Een logische vraag toch? Dossiers zijn immers eigenlijk mensen. Mensen met agenda’s. Mensen die graag geïnformeerd willen zijn. “Zo werken wij hier niet”, hapert ze nog voorzichtig.

Mijn tip aan haar. What about zelf nadenken en proactief de planning maken en patiënten/klanten benaderen, is dat hier verboden?

Advies

Mijn adviesbriefje aan de Voorzitter van hun Raad van Toezicht viel binnen vier dagen op de mat van het afdelingshoofd. Ik werd proactief gebeld met de mededeling dat de procedures zouden worden aangepast om dit soort simpele misverstanden in de toekomst te voorkomen. In alle rust accepteerde ze mijn ongevraagde adviezen. Ze was niet eens pissig.

Categorieën:Humor, Inspirerend Tags: , , ,

Is jouw medewerker een eend of een konijn?

Ooit was ik manager en directeur. In die rol moest ik vaak functionerings- en beoordelingsgesprekken voeren. Daarbij vond ik het vooral belangrijk om eerlijk te zijn. Door het jaar heen feedback geven en krijgen, zodat we aan het einde van iedere periode deze gesprekken konden voeren.

Met name de functioneringsgesprekken vond ik boeiend. Praten over iemands kwaliteiten en functioneren. Is de functionaris een leuke man of vrouw? Wel fijn, maar niet relevant. Functioneert de functionaris goed of niet? Dat is de vraag.

Voorafgaand aan zo’n functioneringsgesprek moet je als leidinggevende jezelf afvragen of jouw afdeling een vijver is of een weiland.

  • Is jouw afdeling een vijver? Dan heb je behoefte aan eenden.
  • Is jouw afdeling een weiland? Dan heb je behoefte aan konijnen.

Konijn-eend

Is jouw afdeling een vijver en de medewerker een (nog) niet goed functionerende eend? Dan stuur je de eend naar zwemles, zodat hij/zij beter leert zwemmen.

Is jouw afdeling een vijver en de medewerker een (nog) niet goed functionerend konijn? Dan verdient hij/zij een plek in een weiland verderop in jouw bedrijf of extern. Konijnen naar zwemles sturen, is namelijk onzin. Gedoemd te mislukken. Konijnen verdrinken.

Is jouw afdeling een weiland en de medewerker een (nog) niet goed functionerend konijn? Dan stuur je het konijn naar hardlooptraining, zodat hij/zij beter leert te rennen.

Is jouw afdeling een weiland en de medewerker een (nog) niet functionerende eend? Dan verdient hij/zij een plek in een vijver verderop in jouw bedrijf of extern. Eenden naar hardlooptraining sturen, is namelijk onzin. Gedoemd te mislukken. De snelste eend redt het nooit tegen het langzaamste konijn.

Dus. Beste leidinggevende, stel jezelf de 2 relevante vragen.

  1. Is mijn afdeling een vijver of een weiland?
  2. Hebben mijn medewerkers een vacht of hebben zij veren?

En ben in functioneringsgesprekken goudeerlijk, want eenden worden doodongelukkig in het weiland en konijnen krijgen kramp van het boven water blijven. Eenden willen in vijvers zwemmen en konijnen in weilanden rennen.

Daar worden ze blij van!

donald-duck

 

Raam dicht, deur wijd open

Uit het feit dat migranten hier komen, volgt niet dat ze het recht hebben hier te zijn.

Column door Martin Sommer, 8 augustus 2015, Volkskrant

Deze maand is het alweer acht jaar geleden dat Hendrik Jan Schoo overleed. Hij was met 61 veel te jong. Voor mij was ‘HJ’, eerst hoofdredacteur van Elsevier, later Volkskrant-commentator, een baken in de vaderlandse journalistiek. Weg van het journalistieke moralisme, de feiten wegen. Die aap moet van je schouder, zei hij. Let niet op wat ze ervan denken, maar schrijf op hoe het volgens jou zit. Ik dacht aan hem toen de hoofdredacteur van deze krant van de week een serie aankondigde over het vluchtelingenvraagstuk. Zo’n serie had Schoo vijftien jaar geleden ook geschreven.

Er zijn meer conflicten in de buurt dan ooit, schreef Philippe Remarque in zijn inleiding. Hogere hekken helpen niet. Kunnen we andere mogelijkheden verkennen? Altijd goed, een brandende kwestie bespreken. Maar ik houd ook mijn hart vast. Zijn er andere smaken dan lágere hekken en als we ze niet buiten kunnen houden, laten we ze binnen? Het boekje van Schoo ligt voor me: De verwarde natie – dwarse notities over immigratie. Hij schreef zijn columns tussen 1994 en 2000. Verschillen zijn er, 9/11 was nog niet gebeurd, geen Irakoorlog, geen vergeefse bezetting van Afghanistan. Geen IS, geen Syrische oorlog, ook geen slachtpartij bij Charlie Hebdo.

Er zijn ook overeenkomsten, de meeste deprimerend. Zoals de landen van waaruit de meeste vluchtelingen komen. Dat waren ook toen al Afghanistan, Irak, Iran en Somalië. Dat relativeert het sentiment dat de mensenstroom onze eigen schuld is, want een direct gevolg van het westerse geblunder in de Irakoorlog. Zo kom ik op het hoofdpunt van Schoo’s kritiek, dat ook vijftien jaar later nog hout snijdt: de subtekst van alle argumenten voor het toelaten van meer migranten is nu net als toen dat er eigenlijk geen argumenten tegen zijn.

Net als toen is er een glijdende schaal tussen vluchtelingen, asielzoekers, migranten en overige vreemdelingen. Uit het feit dat ze komen, volgt dat ze allemaal het recht hebben om hier te zijn. Met goed fatsoen kun je niet tegen zijn. Op zijn Schoo’s: ‘Het feit werd vanzelf tot norm.’ Ik denk niet dat de ellende in de wereld nu groter is. In de jaren tachtig woedde de oorlog tussen Irak en Iran met een miljoen doden. De slachtoffers van de terreur van Saddam Hoessein vielen bij tienduizenden, die van Hafez al Assad (de vader) idem.

Het verschil is dat de wereld kleiner werd, de iPhone verscheen en dat de verwachtingen van migranten hoger werden.

Ook nu nog wordt met man en macht geprobeerd dit probleem buiten de politiek te houden. Zoals Schoo indertijd schreef: rechters, asieladvocaten, zaakwaarnemende hoogleraren, activistische journalisten, allemaal oefenen ze druk uit om méér migranten op te nemen. Kreeg Nederland zoals vorig jaar 22 duizend asielzoekers? Dan wordt gewezen naar Zweden of het gewetensbelaste Duitsland, dat er 173 duizend heeft – inclusief verontwaardigde reportages over ‘extreem rechts’ in de oude DDR als bewoners daar moeite mee hebben.

Vluchtelingen 2

Want intussen laat enquête na enquête zien dat de burgerij in de hele EU immigratie als probleem nummer één beschouwt. De laatste was de eurobarometer van vorige week. Zijn dat allemaal reactionairen, pathologische gevallen, vreemdelingenhaters? Ik denk van niet. Goed beschouwd is dat begrip Fort Europa een lachertje. Zoals Schoo al onderstreepte: immigratie is zonder twijfel de ingrijpendste gebeurtenis sinds de Tweede Wereldoorlog, heeft de meeste Europese landen en zeker Nederland onherkenbaar veranderd. Is het gek dat burgers vinden dat ze daarover iets te zeggen hebben?

Meer nog dan in de tijd van Schoo wordt gehamerd op de rechten van migranten. De macht van het Europees Parlement is toegenomen, die van het mensenrechtenhof ook, net als die van kinderombudsmannen, terwijl advocaten tegenwoordig de sociale rechten inroepen als toelatingsgrond.

Burgers hebben een andere blik. Zij hebben intussen ervaring met een paar decennia immigratie, vragen zich af of het een goed idee is om nog meer islam te importeren, waar het werk is dat de immigranten komen doen en hoe het zit met criminaliteit en woningnood. En hoevéél we er dan wel moeten opnemen als het nu te weinig is. Ik heb het eerder geschreven: in Afghanistan is niemand die níet naar Europa wil komen. Maar spreken over aantallen of wat een land kan verdragen is taboe, het gaat immers om rechten.

Wat dat aangaat is er sinds kort wel iets veranderd – verbeterd. Op de Europese top in juli naar aanleiding van de wassende stroom bootvluchtelingen is voor het eerst gesproken over quota en een verdeling over EU-lidstaten. Schoo was somber over het Europa van de open grenzen: het kleine Nederland met zijn keurige regelingen en goed ontwikkelde geweten zou vanzelf de grootste aanwas vreemdelingen tegemoet kunnen zien. Dat was toen zo en nog altijd neemt ons land relatief veel mensen op, al wil de asiellobby dat niet horen. Hoe dat zij, voor het eerst is er nu in Europees verband gesproken over aantallen en de verdeling ervan.

Naar verluidt liepen de gemoederen onder de regeringsleiders hoog op vanwege de halsstarrige of minimalistische houding van deze en gene. Dat is geen beschamende koehandel zoals menigeen dacht, maar illustreert hoezeer immigratie een brandende politieke kwestie is. Niet alleen rechten, ook belangen zijn in het geding, en het besef dat de burgers van de landen die migranten moeten opnemen, ook een vinger in de pap horen te hebben. Dat is winst. Want om met H.J. Schoo te spreken: het is raar om als het niet lukt het raam dicht te krijgen, dan maar de deur wagenwijd open te zetten.

 

“Ik begrijp niet dat de wijkagent een draaideurcrimineel vraagt mee te denken over strafmaat”.

De Financiële Telegraaf, door Ruben Eg

Amsterdam, 1 maart 2016

De belofte om alle hoofdpijndossiers met rentederivaten over anderhalf jaar te hebben opgelost moet worden ingelost, liefst nog sneller.

„Gedupeerde ondernemers zitten te lang in onzekerheid”, reageert MKB Nederland over het gisteren door Autoriteit Financiële Markten (AFM) besluit om de problemen definitief op te lossen. Onafhankelijke experts gaan een ‘substantieel deel’ van de 17.000 rentederivaten van ondernemers op kosten van vijf betrokken banken opnieuw beoordelen. Drie deskundigen houden toezicht, terwijl de AFM nog eigen controles houdt.

Naast opluchting, is er vanuit belangengroepen ook enige scepsis merkbaar over de nieuwe wending in het derivatenverhaal. In december wees een steekproef uit dat het klantbelang onvoldoende centraal was gesteld bij de herbeoordeling van de financiële producten met variabele rentes die veel mkb’ers in een wurggreep houdt. Extra pijnlijk was dat de waakhond zelf had zitten slapen toen dit gebeurde, erkende de AFM indertijd.

„Er moet nu echt vaart in een ruimhartige en goede afwikkelingen komen”, stelt een woordvoerder van MKB Nederland. „Het duurt maar en het duurt maar. Bij veel ondernemers is de ergernis hierover groot.”

De externe beoordeling moet lopen via strakke regels, die drie onafhankelijke deskundigen samen met de banken opstellen. Door dit laatste blijft de kritiek aanhouden. „Ik begrijp niet dat de wijkagent een draaideurcrimineel vraagt mee te denken over strafmaat”, reageert financieel adviseur Frank Wijn van Heldergeld. „Banken hebben fouten gemaakt bij hun advies en de verstrekking van derivatenproducten. En bij de eerste en tweede herbeoordelingsronde zijn er opnieuw fouten gemaakt.”

De AFM ziet dat anders, mede omdat gedupeerden volgens bestuurslid Femke de Vries weinig opschieten met boetes voor ABN Amro, Rabobank, ING, SNS en Van Lanschot. „De banken is er veel aan gelegen dat er een oplossing wordt gevonden. Klanten moeten kunnen rekenen op een goede herbeoordeling van hun dossiers. Dit wordt gewaarborgd door de betrokkenheid van drie onafhankelijke deskundigen. Ik ga er van uit dat dit proces tot een oplossing zal leiden.”

Dit laatste leidt echter tot scepsis bij voorzitter Hans Biesheuvel van ondernemersvereniging ONL: „Dergelijke verwachtingen heb ik de laatste twee jaar te vaak gehoord. Maar daar is niets van gebleken. Sterker: er is te veel aan het belang van de bank gedacht. Er moet nu adequaat worden toegezien op ruime compensatiemogelijkheden en snelheid voor oplossingen voor gedupeerde ondernemers.”

Van de betrokken banken doet alleen Deutsche Bank niet mee aan de bedachte oplossing. De bank laat weten dat het zo goed als klaar is met de herbeoordelingen van alle 700 dossiers, die het in de schoot kreeg na de overname van delen van het oude ABN Amro. AFM meldt echter dat ‘alles in het werk wordt gesteld’ om alle banken toch te laten meedoen. Speculeren over eventuele maatregelen wil de waakhond echter niet.

 

Nét werken of netwerken

26 januari 2016 Plaats een reactie

Tsja, netwerken.

Netwerken

Op alle nieuwjaarsrecepties van de afgelopen weken zie je het weer gebeuren. IJverige netwerkers die druk bezig zijn om alles en iedereen te zien en te spreken. Pakken visitekaartjes proberen ze er doorheen te jagen. En waarom? Meestal omdat hun baas vindt dat ze moeten ‘netwerken’. Het is dan ook nét-werken, zo luidt de standaardgrap.

TOILET

In mijn jonge jaren deed ik er maar wat graag aan mee. Nog nét geen kaartjes uitdelen op het herentoilet, want ging zelfs mij te ver. Maar al het andere was geoorloofd. “Wie ik allemaal wel niet gesproken had gisteren” klonk het dan de volgende dag op kantoor. Een bijzondere invulling van netwerken….

Ook nu vind ik het plezierig om leuke mensen te treffen in een prettige omgeving. Praten over wat hen en mij bezig houdt. Zakelijk. Privé. Dromen. Reëel of niet. Zolang het mij boeit, kan ik daarvan genieten. Maar dat is anders dan netwerken.

FRANKRIJK

Jaren geleden was ik op zoek naar een huisje in Frankrijk. Wanneer mensen mij dan op een netwerkborrel vroegen “hoe vind je dat dan, zo’n huisje in Frankrijk” dan ging ik helemaal los. Waar ik zocht, hoe ik zocht, welke makelaars ik al had bezocht, welke vakanties ik al had gebruikt om te zoeken etc. etc. Ik kon er smakelijk over vertellen in geuren en kleuren. Vermakelijk zelfs. En wat schoot ik daar zelf mee op? Nul, noppes, nada. Totdat iemand een column schreef over de spelregels van netwerken.

NIEUWE NETWERKEN

Mijn zoektocht naar een Frans huisje werd met het “nieuwe netwerken” een stuk eenvoudiger. Sta ik weer op zo’n bedrijvenborrel, valt het woord Frankrijk en dus begin ik weer over mijn voornemen om een eigen huisje in de Provence te kopen. Waarop meestal dan de interessevraag weer gesteld werd “hoe vind je dat dan, zo’n huisje in Frankrijk”?

ZINVOL

En nu, in plaats van een vlammend betoog, stel ik de vraag terug. “Ik heb geen idee, jij wél”? Antwoordt mijn gesprekspartner “ik heb werkelijk geen idee” dan valt hij/zij niet in de netwerkcategorie “huisje Frankrijk”. Maar is het antwoord “mijn broer heeft daar vorig jaar een mooi huis gekocht via een bevriend notaris” dan past zo iemand prima in mijn netwerk “huisje Frankrijk”. Kaartjes uitwisselen kan dan zeker zinvol zijn en het vinden van een huisje komt zo weer wat dichterbij. Zeker als ik de naam van de bevriend notaris kan krijgen.

SPOEDCURSUS NETWERKEN

Wat wil je bereiken? Vertel dat op een plezante bijeenkomst en zeg vooral dat je niet weet hoe je er moet komen. Gesprekspartners met goede ervaringen en/of kennis van jouw doel horen vanaf dat moment in jouw netwerk. Zo vind je sneller en beter jouw “Franse huisje” én het bespaart je tientallen kaartjes.

Gespot: Man in rode jurk…

Begin december komt een mannelijke klant een kledingzaak binnen en vraagt om feestelijke kleding voor oud en nieuw. Deze kledingzaak heeft twee afdelingen: Eén voor mannen en één voor vrouwen.

Man of vrouw

De vraag of de klant naar de mannen- of vrouwenafdeling wil gaan, wordt achterwege gelaten. Zijn lichaamsmaten worden opgenomen en de klant krijgt te horen dat de uiteindelijke kledingstukken één zeer feestelijk geheel is geworden. 45 minuten staat de klant buiten met een rode jurk, maat 52. (De zwarte smokingstof was op en erg lagen nog vele meters rode stof, waar een goede marge op te maken was). Ingepakt in een ondoorzichtige tas, verlaat hij de winkel.

Klacht

Op 31 december opent hij de tas, ziet de knalrode jurk i.p.v. een zwarte smoking en gaat zijn beklag doen. De betreffende kleermaker start de discussie door te stellen dat de klacht ongegrond is. De klant had immers zelf in de ondoorzichtige tas kunnen kijken op de dag van de koop én de jurk blijkt passend (maat 52). Bij aanhoudend geklaag moddert de discussie verder over de kleur, de lengte van de mouwen, passend bij de schoenen (elders gekocht) etc.

Vergoeding

Maanden later, én door tussenkomst van de consumentenbond, is de kleermaker bereid om de herstelwerkzaamheden voor het verlengen van de mouwen en het aanzetten van een kraag te vergoeden. Aanhoudende klagers met een advocaat kunnen zelfs de jurk laten verven in de kleur van een smoking op kosten van de kleermaker. Nog geen 5 procent van de mannen gaat er bewust mee akkoord, omdat zij inderdaad een jurk wenst te dragen.

Inventarisatie

Het punt is echter dat de kleermaker de inventarisatie voorafgaand aan het advies/de verkoop zelden goed (of überhaupt niet) heeft uitgevoerd. De discussie met deze winkel moet niet gaan over het aanpassen van de jurk, maar over de juiste inventarisatie, advies en verkoop van feestelijke kleding.

Bewijslast rentederivaten

De bewijslast van de juiste, zorgvuldige handelswijze bij advies en verkoop van rentederivaten ligt bij de bank. De bank moet ‘zwart-op-wit’ aantonen dat dit juist is gebeurd. Dit door middel van het overleggen van juiste, tijdige, door de klant getekende inventarisatielijsten en door middel van aanwezige, schriftelijke, alternatieve offertes. Pas daarna volgen de mogelijke discussies over renteopslagen, overhedge etc. Een nagenoeg onmogelijke opgave voor de bank om dit aan te tonen, om de simpele reden dat zij dit in het verleden zelden zo uitgebreid gedaan heeft. Daarom ook slaat de bank dit gedeelte in haar eigen herbeoordelingen structureel over!

Is deze juiste handelswijze niet ‘zwart-op-wit’ aan te tonen door de bank? Dan is ontbinding van het (koop)contract de enig juiste beslissing en zijn overige discussies overbodig.

Brits voorbeeld

De verkoopbrochures en de websiteteksten die de bank gebruikt hebben in de afgelopen jaren tonen tevens de structurele en bewuste mis-selling van de betreffende producten aan. Een verkoopmethode die Britse banken in juni 2012 hebben toegegeven en de banken ertoe gedwongen hebben om de getroffen bankklanten financieel te (gaan) compenseren. Goed voorbeeld, doet goed volgen?!

%d bloggers op de volgende wijze: